Hoe een drie-eenheid tot ruzies leidt

Zon, zee en zuipen. De drie-eenheid voor de vakantievierende student zou ik het bijna willen noemen. Van Rimini tot Marmaris en van Sunny Beach tot de Costa Brava. De boekingen zijn in volle gang en iedere week zie ik dan ook een aantal opgeluchte kreten voorbijkomen op de sociale media. Geen enkele uiting van de voelbare vreugde is hetzelfde. Toch voel je dat de verborgen boodschap achter elk bericht overeenkomt. De strekking is het volgende: “Yeah, na eindeloos gesteggel en veel onderlinge ruzies is toch eindelijk die vakantie geboekt. Nu nog maar vier maanden vol schoolwerk wachten tot ik me, tenminste dat denken papa en mama, eindelijk in de vernieling kan gaan zuipen.

Elke student die met vrienden een geschikte vakantie probeert te boeken zal het herkennen. Het eindeloze zoeken, vinden en dan toch weer afwijzen van vele ideeën. Lange avonden starend naar de computer hopend dat die ene perfectie vakantie ineens op het scherm verschijnt. IJdele hoop zo blijkt ieder jaar maar weer. Waar het principe op zich zo makkelijk lijkt (zoek en boek), verzandt iedere poging toch weer in iets wat verdacht veel lijkt op een milieuconferentie. Je hebt een gezamenlijk doel, maar op de een of andere manier lijk je nooit met een plan te komen waar iedereen zich in kan vinden.

Toch is het misschien ook wel de schoonheid van een vakantie zoeken. Samen zeiken en zoeken, en dan toch ook boeken. Want uiteindelijk is dat wat je wilt: met vrienden een mooie tijd hebben. Met dit idee in mijn achterhoofd gooi ik me met vernieuwde moed in de strijd. Dat ook ik maar snel op Facebook mag delen dat mijn vakantie is geboekt.

Het verlies van een dierbare vriend

Eerst stormt mijn broertje naar beneden, ik hoor aan zijn voetstappen dat er iets mis is. Ook ik ren naar beneden. Daar zit mijn moeder al met ogen vol wanhoop naar de tablet staren. Mijn vader klapt de laptop dicht. De machteloosheid is bijna voelbaar. Het zit in het tapijt, in de muren en in het plafond.

De paniek krijgt nu langzaam grip op ons. We staren elkaar  aan met holle ogen. We voelen het allemaal. Alsof ons hart uit onze borstkas is gerukt en het een groot gapend gat achterlaat. Kreten als ‘mijn sociale leven is weg’ en ‘nu kan ik mijn spelletje niet spelen’ zijn niet van de lucht. Het begint door te dringen: de Wi-Fi is uitgevallen!

Stamelend oppert mijn vader: “We kunnen ook een boek lezen.” Ik weet niet of ik hierom moet lachen of huilen. De eerste klap is nog niet verwerkt, of de volgende wordt al gegeven. “Je kan ook gaan leren, toch?” Dankje mam, ik zit nog in een rouwproces van het verlies van een zeer dierbare vriend, en jij denkt dat ik ga ‘leren’?

Het aan- en uitdoen van ons modem (kastje dat een Wi-Fi-signaal uitzend) is inmiddels begonnen.  We weten het allemaal, het heeft geen zin. Het voelt een beetje aan als een uitkeringstrekker. Je kan er tegen schreeuwen, je kan er tegen slaan, je kan er van alles mee proberen, werken doet het niet.

Dan strompel ik de trap op, naar mijn kamer. De muziek gaat keihard aan, alles om die leegte maar te kunnen vullen. Daar zit ik dan. Starend naar het symbooltje dat mijn Wi-Fi moet voorstellen. Ik besef dat we hem vanavond niet meer terug gaan zien. Nou ja, dan maar een column schrijven.

Er is maar één ding mooier dan een held

Acda en De Munnik zongen het al eens: “Er is maar één ding mooier dan een held, en dat is de mooie held geveld.” We kennen allemaal de verhalen wel. Van volksheld naar schlemiel. Je kunt als voetballer elke wedstrijd scoren en de held zijn, als je in de finale de beslissende kans mist, zul je net zo hard weer bedolven worden onder een lawine van kritiek. Er zijn maar weinig mensen die hun plaats op het voetstuk vast kunnen houden. Nelson Mandela (R.I.P.) uitgezonderd. Voor de meesten geld: des te populairder je bent, des te harder je valt.

Het bovenstaande is trouwens niet alleen van toepassing op volkshelden. Iedereen die ook maar een beetje met zijn kop boven het maaiveld uitsteekt, wordt al snel onthoofd. Waarom hebben mensen altijd de neiging om iedereen die er bovenuit steekt onderuit te halen? De meesten mensen willen het liever niet horen, maar ik denk dat het voortkomt uit een diepgewortelde jaloezie. Want zeg eerlijk, wat willen we zelf ook graag die succesvolle baan, dat grote huis en die knappe vrouw. Dit is de reden dat mensen graag aan elkaars stoelpoten zagen, want als ze het zelf niet kunnen hebben, dan die ander ook niet.

We houden onszelf voor dat onze ongefundeerde en snel getrokken conclusies deze mensen ook tot een slecht of onbekwaam persoon maken. Toch is het misschien goed om stil te staan bij het feit dat we zo het leven van die mensen kunnen ruïneren. Waarom kunnen we niet gewoon de ander feliciteren met zijn succes? Dát maakt je in mijn ogen pas echt een held.

“Hey Mark, nog geneukt van het weekend?”

“Hey Mark (Rutte, red.), nog geneukt van het weekend?” Een kant waar Thorbecke bij het opnemen van persvrijheid in de Nederlandse grondwet in 1848 vast geen rekening mee heeft gehouden, is de onbeschaamde en disrespectvolle wereld van PowNews en GeenStijl. ‘Nepjournalist’ Rutger van Castricum schoffeert onze ministers dagelijks alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En hij geniet daarvan, dat weet ik zeker. Ik zie Rutger al zitten achter zijn computer, om de 10 seconden de pagina herladend om te kijken hoeveel likes het filmpje inmiddels al heeft. Rutger is erkenningsgeil, hij wil erg graag horen van puberale jongens en meisjes hoe leuk het is dat hij die minister daar te kakken zet. En dit is nu precies wat mij zorgen baart. Niet de Tweede Kamerleden met de beste ideeën, maar die met het bijdehandste antwoord zijn populair onder de jongeren.

Begrijp me niet verkeerd, zeker als journalist in spé vind ik persvrijheid erg belangrijk. Nog belangrijker vind ik dat je als journalist wantrouwend moet zijn en kritische vragen moet kunnen stellen. Heerlijk als ministers niet meer weten wat ze moeten zeggen als hen het vuur aan de schenen wordt gelegd. Er is echter een verschil tussen vakinhoudelijk mensen bekritiseren en het ministertje pesten wat PowNed doet. Deze benadering zorgt er namelijk voor dat niet degene met het beste beleid, maar degene met de grootste mond het best uit de strijd komt en dat is een zorgelijke ontwikkeling. Ik ben namelijk bang dat jongeren op deze manier hun respect voor de Nederlandse beleidsvoerders verliezen.

Natuurlijk moet de media de politiek kritisch bekijken en goed controleren. Deze waakhondfunctie is zelfs een van onze democratische hoekstenen. Daarentegen is het gezag en respect van de politiek ondermijnen niet de bedoeling. Dit zorgt in mijn ogen voor een ondermijning van het politieke gezag onder jongeren. Iets waar we heel zuinig op moeten zijn, in deze tijden waarin het traditionele gezag steeds sneller afneemt.

Geef eens kerstgeluk

Je kent ze wel. Die gezinnen die elke kerst weer groots uitpakken met veel cadeaus, grote versierde bomen en van die dure gourmetpakketten. Slechts twee straten daarvandaan woont een ander gezin. Geld voor cadeaus en een kerstboom hebben ze niet, en gourmetten, tsja ook dat kunnen ze niet betalen. Vader is ontslagen nadat de fabriek failliet ging. Moeder maakt wel schoon, maar veel levert dat niet op. De vijf kinderen kosten ook al fiks wat geld. Het blijft dus elke keer weer schrapen aan het eind van de maand. Het rijke gezin lacht, het arme gezin huilt. Ja, ik beschrijf het wat hard, maar het is totaal niet onrealistisch. Ook in ons kapitalistische Nederland leven er mensen onder de armoedegrens. En nee, ik ben niet links, ik ben rechts en realistisch.

‘Het is hun eigen schuld.’ Een veelgehoorde reactie. Echter, wie zijn wij om daarover te oordelen. Vandaag hoorde ik het verhaal van Rinus, de afgelopen week overleden Amersfoortse landloper, en cultheld. Hij woonde in een caravan en leefde van het bedelen. Volgens eigen zeggen was hij thuisloos en werkeloos, maar niet hopeloos. Op een dag had een vriend van mij geen contant geld bij zich voor hem, en besloot hem iets uit te laten zoeken in de supermarkt voor drie euro. Verwachtend dat hij met een fles drank terug zou komen, was zijn verbazing dus groot toen een glunderende Rinus met krentenbollen en koffie aan kwam zetten. Rinus was ontzettend gelukkig en bedankte mijn vriend uitvoerig. De beste man was zielsgelukkig met iets ontzettend kleins.

Omkijken naar onze naaste. Het kan zo’n persoon ontzettend gelukkig maken, zo blijkt ook wel uit het vorige verhaal. Nou zeg ik niet dat jullie elke dag de plaatselijke zwerver krentenbollen moeten voeren. Wel zeg ik: kijk eens om naar je naaste. Dat arme gezin dat twee straten van je vandaan woont kun je zo gelukkig maken door een deel van jouw eigen ‘rijkdom’ aan hen te geven. Hoe je dat dan doet? Dat mag ieder voor zich bepalen. Maar ik ben in ieder geval wel van plan een stuk van míjn kerstgeluk te delen.

‘Gewoon maar doodschoppen’

Het is met geen pen te beschrijven. Jonge jochies die een grensrechter doodschoppen. Jongens die één tot twee jaar jonger zijn dan ik. Mijn maag keerde om toen ik het las. Dit zijn dus mijn leeftijdsgenoten. Jongens die een vrijwilliger, een vader die hielp door te vlaggen bij de wedstrijd, doodschoppen. Ik ben benieuwd wat deze mensen gaan doen als ze later iemand van de belasting voor de deur hebben staan. Of die ouwe tang die hen geen voorrang gaf, ook al hadden ze dat helemaal niet. ‘Gewoon maar doodschoppen,’ is dat het nieuwe YOLO of SWAG?

Bijna nog erger is het Nederlandse rechtssysteem. Minderjarigen worden ook als zijnde berecht. Dus zelfs doodslag is geen reden om mensen als volwassenen te berechten. Krijgen we straks ook nog kreten als: ‘Ze zijn nog jong, het hoort bij de leeftijd. Daar groeien ze vanzelf overheen.’ Het is ongelooflijk. Van die ‘stoere’ jongens die oud genoeg zijn om iemand te doden, zijn dan ook oud genoeg om als een volwassene berecht te worden.